Bladgoud

Deze website zit boordevol werken die door Schitterend gemaakt worden met bladgoud. Geen ander metaal is door de eeuwen heen zo felbegeerd als goud. Koninklijk en ongenaakbaar: bladgoud is er en zal er altijd zijn. Waarom worden mensen zo blij van bladgoud?
 
Eeuwig bladgoud
Het met bladgoud vergulde masker van Toetanchamon. De vergulde Oscars. De goude medaille voor de winnaar. De Wereldcup. De bladgoud blinkende torens van de Mikhaylovsky kathedraal in Kiev. De stralende hindoetempel in het Indiase Amritsar. De Shwedagon Pagode in Myanmar, 98 meter hoog en bedekt met zestig ton puur goud. Het beste van het hoogste is altijd van goud. Zelfs als het onbereikbaar blijft, zoals de legandarische pot aan het einde van de regenboog. Goud staat symbool voor de zon. Het is magisch edelmetaal dat al eeuwen een speciale status wordt toegedicht en het staat voor koninklijk, formaliteit en religie. Goud oxideert niet en wordt nooit dof, wat het een eeuwigheidswaarde geeft. Mensen vinden goud vaak mooi vanwege de warme gloed. Het is een van de beste reflectoren van licht die er bestaan. Dat is wat de gevoelige snaar raakt: er is slechts een beetje licht voor nodig om goud al te laten schitteren.

Het ontstaan van goud en bladgoud
Goud ontstaat uit magma en tekent zich af als gouderts in steenlagen. Bij het verweren van de meeste goudertsen komt goud vrij dat met veel moeite kan worden gedolven: de aarde is er al even dol op en geeft het niet graag af. Goudkorrels worden ook wel door water meegevoerd en in lagere stroomgebieden afgezet. Tijdens de Amerikaanse gold rush (1850) probeerden fortuinzoekers deze korrels met grote zeven uit stroompjes te vissen. Ondanks het feit dat het naar verhouding veel moeite kost om een bruikbaar klompje goud te bemachtigen, is dit edelmetaal al duizenden jaren in gebruik, sinds de bronstijd. Er zijn daar nog maar een paar bewijzen van zoals spelden en gespen, vermoedelijk van edelen. De naam stamt uit het Engels: ‘geolo’ (geel) werd verbasterd tot ghel (yellow), guld, gold en ons goud. Het Latijn maakte van het bijbehorende element ‘Au’ aurum, oro en d’or. Die afleiding komt van Aurora, oftewel de zonsopgang, waarbij de hemel geel als goud kleurt.

Goud en bladgoud in iedere windhoek
Vrijwel ieder volk kent goud kent en gebruikt het voor kunstvoorwerpen. Het edelmateriaal is heel zacht en daarom makkelijk toepasbaar. Dat maakte goud, voor zowel de Inca’s als de Indiërs en alles wat er tussenin leefde, het soort materiaal waar een mens makkelijk mee kan werken èn indruk mee kan maken. Terwijl voor een Keltische koning een simpele gouden band als kroon al heel wat was, gebruikten andere volken het goud voor tempeldaken, tronen, spectaculair ingewikkelde sieraden en andere zaken die als verheven werden beschouwd. In Europa waren vooral Bulgaarse goudsmeden de voorlopers: op de Varna Necropolis, een prehistorische archeologische vindplaats in Bulgarije, zijn al meer dan drieduizend gouden kunstvoorwerpen gevonden uit de periode 4700 – 4200 v. Chr., met dank aan buurland Roemenië, dat het meeste Europese goud leverde. Egypte volgde pas zo’n tweeduizend jaar later met bladgoud versierde dodenmaskers en juwelen. Ook de Romeinen waren dol op geel ‘bling’: er zijn talloze gouden sieraden gevonden. De Romeinen slaagden er in om bladgoud van 1/3000e mm te maken, tegenwoordig is de dikte ca. 1/7000e van een milimeter. Noordwaarts bedekten de Vinkingen hun schepen ook al met bladgoud, niet alleen om de vijand te imponeren, maar ook om de goden gunstig te stemmen. Naarmate de actieradius van Europese volken groter werd en er meer gehandeld werd, kwam er meer goud en bladgoud naar Europa, dat vrijwel zonder uitzondering werd ingezet als koninklijk visitekaartje: gouden borden, gouden kelken, gouden sieraden. En een beetje vorst slikte naar verluidt ook weleens een goudklompje in ten einde zichzelf te vergulden – dat waren vermoedelijk de enige momenten dat persoonlijke lakeien in de rij stonden om de koninklijke po te legen.

Goudzucht
In de vroege Middeleeuwen stond goud symbool voor puurheid en het was een zeer gewild element in de alchemie. De eerste scheidkundigen waren altijd op zoek naar de ‘steen der wijzen’ die andere materialen zou kunnen veranderen in goud. Ook Spaanse conquistadores kende die goudzucht. Ze waren zo belust op ‘El Dorado’, een vermeend gouden paradijs in Zuid-Amerika, dat ze er hele culturen voor hebben uitgeroeid. Bladgoud werd een absolute must have om een paleis een beetje leuk mee aan te kleden. Die trend begon in Venetiaanse palazzo’s rond 1420 en waaide over naar de rest van Europa, waar vooral Lodewijken XIII en XIV helemaal losgingen. Helaas zijn veel oude voorwerpen in de loop van de eeuwen door rovers van hun gouden jasje ontdaan.

Bladgoud hapjes
In zeer kleine hoeveelheden kan bladgoud worden gegeten. Tijdens de Renaissance strooiden Italiaanse edelen al goud-vlokken over hun risotto, voor speciale gelegenheden werden aardbeien en oesters in goud gedoopt. Deze culinaire trend maakte een doorstart in de jaren tachtig vanuit Kanazawa, het Japanse centrum van de bladgoud-industrie, en leidde tot groene thee en snoep met eetbaar bladgoud. Het blijft een gimmick: restaurant Serendipity 3 in New York serveert een chocolade-ijsje met 22 karaat bladgoud à € 17.380,-

Karaatkwestie
Goud is een zacht en zeer dicht materiaal: door het gewicht kan een kleine hoeveelheid gelijkstaan aan een grote waarde. Voor je het kunt gebruiken moet het gezuiverd worden. Voor de meeste doeleinden wordt het gemengd met andere materialen om het harder te maken. De zuiverheid van goud voor sieraden wordt gemeten in karaten. Zuiver goud is 24 karaat en het zachtst. Daarnaast is er 14 karaat (58,5% goud), 18 karaat (75% goud) en 22 karaat ( 91,6% goud). Goud is van zichzelf geel; witgoud is gemengd met palladium, roségoud ontstaat door de toevoeging van koper.

Bladgoud
De buigzaamheid van goud heeft ook voordelen: een gram goud kan tot een dikte van 0,0001 mm geplet en gewalst worden tot een vel bladgoud van een vierkante meter ontstaat. Het hameren van bladgoud gebeurt grotendeels nog steeds handmatig. Om een metalen blad van een tiende micrometer dik te produceren is een legering met een hoge vervormbaarheid nodig. Bladgoud bestaat meestal uit een legering met een of meer andere metalen zoals titanium, zilver en koper. Een stuk goud wordt net zo lang gewalst, of handmatig gehamerd, tot een dun blad overblijft. Dit blad wordt vervolgens in stukken gesneden. Daarna worden goudvelletjes van ongeveer 10 x 10 cm afwisselend met zijdepapier gestapeld tot een pakket en uitgehamerd tot er een zekere, vastgestelde hoeveelheid uitsteekt, die wordt weggenomen. Dit stapelen en hameren gaat door tot de gewenste dikte is verkregen, die bepaald wordt door weging. Eén kilogram goud kan zo dun worden gewalst dat het een oppervlakte krijgt van twee tennisvelden (500 m2).
Bladgoud wordt gebruikt om diverse voorwerpen van een gouden uiterlijk te voorzien. Zo kun je bijvoorbeeld meubilair, schilderijlijsten, beelden, deurposten, raamkozijnen, ornamenten en daken vergulden.

Is uw interesse in het vergulden met bladgoud gewekt?
Kijk dan verder op deze website en u zult versteld zijn van de schoonheid van het materiaal en de liefde voor het vergulden.

meer info

© 2012 Schitterend | info@schitterend.eu | T +31 (0)206999738|   Join me on Facebook | Webpartner Ferry Winkler | Disclaimer | Sitemap